twitter
facebook

Het eerste wetenschappelijk onderzoek naar teamenergie (Cees van der Zwan, april 2017) windt er geen doekjes om: “Energie kan organisaties maken en breken”. Energie is in situaties van een (dreigende) teamburn-out de ontbrekende factor. En tegelijkertijd dé motor van bevlogen teams.

Over energie wordt veel gepraat. Het woord ‘energie’ valt iedere zoveel zinnen. Tijdens interviews in de media, op de HR afdeling van een organisatie, in de sportkleedkamer tijdens de teambespreking. Wij durven te stellen dat de energie als zodanig zelden tot nooit concreet wordt aangepakt. Vanuit alle goede bedoelingen wordt het tekort aan energie vertaald naar een interpretatie van ‘wat het team nodig heeft’. En met alle respect naar de evenzo goedbedoelde oplossingen, de plank wordt meestal misgeslagen! Een mening die wij al jaren ventileren en die nu wetenschappelijk wordt ondersteund. De conclusie van Van der Zwan: “Interventies om de teamenergie positief te beïnvloeden, werken eerder averechts”. Alleen als de interventies door teams zelf worden uitgevoerd en gebaseerd zijn op leren, (zelf)reflecteren, bewustwording en zelforganisatie, heeft dat een positief effect op de energie.

Als energie van mensen nou zo belangrijk is als instrument voor duurzaam presteren, waarom wordt dan niet heel direct aan die energie gewerkt?